Uitvaartvereniging De Laatste Eer bestaat 80 jaar. Een lange tijd, waarin de vereniging veranderde van een kleinschalige club die vanuit een woonhuis families begeleidde, tot de professionele organisatie die het nu is. Arie Korpelshoek (85) is al meer dan 50 jaar lid en was zo’n 14 jaar bestuurslid: “Ik deed het vooral uit plichtsbesef.”
“Mijn eerste kennismaking met De Laatste Eer was toen ik nog maar net getrouwd was”, vertelt meneer Korpelshoek. Er kwam een vrijwilliger aan de deur om te vragen of we geen lid wilden worden. Dat was toen niet eens zo raar, hoor. Bijna iedereen werd lid van de vereniging als je op jezelf ging wonen.”
Meneer Korpelshoek kan dan nog niet vermoeden dat hij zich later zo lang als bestuurslid aan de vereniging zal verbinden. “Toen ze me kwamen vragen, moest ik er eerst twee maanden over nadenken. Want die branche, de dood, dat trok mij écht niet. Ik gruwde er zelfs van. De eerste maanden als bestuurslid voelde als een verschrikking: ik kreeg steeds de rillingen als we aan het vergaderen waren in het huis aan de Oude Vlietweg. De andere bestuursleden moesten er altijd om lachen, maar ik moest me echt ergens overheen zetten.”
Belangrijk werk
Als we vragen waarom Arie Korpelshoek dan tóch bestuurslid werd en zo lang bleef, moet hij even nadenken. “Ik denk dat het toch een soort plichtsbesef was, verantwoordelijkheidsgevoel. Het is natuurlijk ook gewoon belangrijk werk. En als je er eenmaal in zit, is het lastig om je taak weer neer te leggen, zeker als er niet direct een opvolger lijkt te zijn. Pas toen de nieuwbouw in 2013 af was, voelde het goed om afscheid te nemen. Ik had het toen zo’n 14 jaar gedaan.”
Flinke klus
De nieuwbouw hield het bestuur in de laatste jaren van Korpelshoeks lidmaatschap behoorlijk bezig: “Volgens mij zijn we op een gegeven moment naar de gemeente gegaan en hebben we gezegd: dit kan zo niet langer. Rijnsburg was enorm gegroeid en het aantal uitvaarten dus ook, maar wij werkten nog steeds vanuit een gewoon woonhuis. Blijkbaar was de gemeente het met ons eens, want we kregen bouwgrond naast de algemene begraafplaats. Ik werd lid van de nieuwbouwcommissie en dat hield me de jaren daarna behoorlijk bezig. ’s Morgens vroeg afspreken met de uitvoerder, omdat dat het enige moment was dat hij tijd had: het was een behoorlijke klus.”
Niet zo gek, want het bestuur deed een groot deel van het regelwerk helemaal zelf. Zoals de inrichting. “Als bestuur -toen vier mannen en een vrouw- namen we besluiten over de inrichting, gordijnen, kleurgebruik…allemaal zaken waar we het over eens moesten worden en die natuurlijk ook gewoon smaakgevoelig zijn. Dat heeft de nodige vergadertijd gekost.”
Slalom over de markt
En niet alleen dat, ook andere taken voerde het bestuur gewoon zelf uit. “Het glazen kunstwerk dat in de aula hangt, hebben we met elkaar uitgekozen. Dat moest worden opgehaald in Ootmarsum, dus ik ging die kant op met mijn vrouw. Daar aangekomen bleek het die dag markt en konden we met geen mogelijkheid met de auto bij het atelier komen. De kunstenaar en ik moesten het loodzware stuk deel voor deel naar de auto brengen, slalommend tuassen het winkelend publiek. Ik was doodsbang dat het glas zou beschadigen. Ik ben zelfs via Duitsland teruggereden, zodat ik zo weinig mogelijk hobbels tegen zou komen.”
Professionele organisatie
“Ik vind het mooi om te zien hoe de vereniging zich in de loop van de jaren ontwikkeld heeft. Ik kom nog steeds op alle jaarvergaderingen en regelmatig in het Rouwcafé en merk dat er een professionele organisatie staat. Dat vind ik geweldig om te zien en ik ben blij dat ik daar een bijdrage aan heb kunnen leveren.”
Vanwege het 80 jarig bestaan hoeft u geen contributie en inschrijfgeld te betalen voor 2026 als u lid wordt van De Laatste Eer. Kijk hier voor meer informatie.